Jan van Zundert



klik op een foto om hem te vergroten

<p><strong>Voor veel mensen verdwijnt hun eigen broeinest.</strong></p>
<p>Het was eigenlijk allemaal oud spul. Ik heb er anjers in gehad, maar toen begonnen de kosten de pan uit te rijzen. In '72 kregen we de oliekrisis, toen werd die olie ineens zo verschrikkelijk duur. Ik verstookte zware olie. Dat ging van 60 gulden de ton in tijd van 3 maanden naar het drie, vier dubbele. En de prijzen van de bloemetjes die bleven hetzelfde. Toen heb ik gedacht: Jan, het gaat niet goed. Ik had twee vaste mensen in dienst en ja, het ging niet meer. Ik kreeg een beetje problemen met de bank en toen heb ik de knoop doorgehakt. Er was een regeling, dat oude  opstanden konden worden afgebroken, om de bedrijven die beter levensvatbaar waren groter te doen worden. Je kreeg afbraakpremie voor je oude opstanden, maar dan moest je de grond verkopen aan de buren die daar interesse voor hadden. En dat heb ik gedaan. Dit spul heb ik kunnen houden.</p>
<p> </p>
<p>Ik ben in de bewaking gegaan bij Siemens en dat was natuurlijk heel iets anders. <br />Ja, dat was wel wennen hoor. Maar goed, je kreeg vakantiegeld en vrije dagen, wat je als zelfstandige niet had. Zo'n vrij leven had je ook weer niet. Want toen ik in die anjerbusiness zat: dan stond zo'n hele kast anjers te bloeien en die moesten allemaal voor het weekend eraf. Dan gingen ze de koelcel in en maandag moesten ze naar de veiling. Maar daar stond je dan te bossen en dat mijn vrouw me wel eens op zaterdagavond om 10 uur, half 11 zei: ‘Kom je nog eens effe naar binnen? Het is weekend!' Dan stonden ze allemaal in dozen, zo gesneden, maar ze moesten wel gebost worden. Ja, toen zeiden ze ook:'Jongen, je bent je vrijheid kwijt!' Ja, wat heet vrijheid? Als ik 80 uur in de week moet werken? Altijd! In de winter was het: de olieboel moest betaald worden!  Als het vroor ging de alarmbel. Daar ging soms wel vier keer 's nachts die alarmbel af. Dan moest je naar buiten en trok je een ouwe jas aan en dan stond je met je blote voerten in je klompen die ketel weer op gang te brengen. En dan lag je goed en wel en dan ging die weer.<br />Ik heb toen op tijd de knoop doorgehakt, want als ik nog twee jaar door was gegaan, dan had ik misschien ergens op een flat gewoond. Dat geeft ook niks, maar ik woon toch liever hier.</p>
<p> </p> <p><strong>Coniferen achter hek.</strong></p>
<p>Het Johannapark. Dat is een komische aangelegenheid. Henk Swinkels heeft dat spul verkocht aan de volkstuinvereniging, voordat de mensen wisten dat ze daar weg moesten. Hij heeft de eerste winst genomen en er een hevig optrekje in Monster van gebouwd.<br />Alles wat die man deed, deed hij voor 100% of misschien wel 200%. Want die bomen, helemaal zo in het model scheren, daar is me een werk aan. Hete Henk wordt hij genoemd. Iemand die veel werkt en weinig tijd heeft. Het was eigenlijk een heethoofd. 't Is een hele slimmerik ook. Hij was niet alleen met werk bezig. Hij was echt wel uitgekookt. Hij is toendertijd op een slimme manier aan die grond gekomen. Hij is met een boerendochter getrouwd. Die boer had daar veel grond liggen. Een zoon van die boer die had dat ook wel willen hebben. Die had ook al tuintjes aan de Erasmusweg. Twintig jaar geleden heeft hij op die grond huisjes gezet. Dat was een gouden greep. Hij hield wel de vinger in de pap. Totdat die mensen zich gingen organiseren. Ze maakten er een volkstuinvereniging van. De grond die huurden ze en de huisjes verkocht hij. Ik geloof dat dat toen zo'n 600 gulden per jaar kostte. Dus 185 keer 600 gulden, dat tikt aan. Het onderhoud, alles was voor die mensen. Alles wat wel en niet mocht was beschreven. Ze mochten niet rommelen, d'r aan bouwen. Het verloop in die huisjes was enorm. Er zijn altijd wel mensen die met pensioen gaan. Die kochten zo'n huisje, zaten er tien jaar in en dan verkochten ze het weer. Dat moest allemaal via hem en hij had daar een zeker percentage van. Hij had een kantine met toiletten. Dat moest volgens de wet allemaal zo wezen. Maar ja, later gingen de mensen toch bij hun eigen huisje een toilet maken. Ze hadden geen afvoer. Dat liep allemaal zo de sloot in. Dat kon twintig jaar geleden. Tot de gemeente daar moeilijk over ging doen. Hij voelde dat allemaal aankomen en dacht: dat gaat me straks een paar ton kosten. Toen de mensen zich gingen organiseren werd hem dat te moeilijk en heeft hij het hele spul verkocht.</p>
<p> </p> <p><strong>Een kas aan het laantje van Harry van Paassen.</strong></p>
<p>Het is hier 50 meter vandaan en ik zie het aan de schaduw van deze kas. Er staan fresia's in.<br />Dat is krijt. Regenvast. Er zit een soort lijm in en dat blijft makkelijker zitten, dat regent d'r niet zo af. Er wordt ook wel eens met puur krijt gewerkt. Als je dat erop spuit: bij het eerste buitje is het er weer af. De zon is heel belangrijk, maar de zon kan ook wel eens te scherp zijn en dan doen ze d'r krijt op. Maar als je 14 dagen donker weer hebt, dan zit je met krijt op je kas en dat licht is heel belangrijk voor de groei. Tegenwoordig heb je van die schermdoeken in de warenhuizen. Die gaan automatisch open en dicht.</p> <p><strong>Caravanstalling 't Wateringse Veld.</strong></p>
<p>Ik weet dat het op de Bovendijk is. Zaterdags werden daar caravans neergezet van mensen uit de stad. Maar dan was er ook zo'n handeltje bij. Dat was eigenlijk allemaal een beetje illegaal. Ja, dat is wel typisch dat er in zo'n kleine omgeving toch een hoop van die troep staaat. Toch wel weer leuk ook! Ze proberen het wel allemaal een beetje tegen te houden, maar ja..</p>
<p> </p> <p><strong>Kas van Haaze</strong></p>
<p>De gebroeders Haaze waren helemaal geen tuinders. Ze hadden in Rijswijk een handel in gebruikt hout. Die tuin hebben ze voor een trutprijs gekocht van Frank van der Meer, die er vroeger een luxe druiventuin had. Van huis uit zijn het geen Wateringers, maar ze werden toch geaccepteerd. Wateringers zijn niet zo taai en ze zetten ook geen streepjes. Ze maakten er een soort volkstuin van. Verhuurden het glas per poot. De huurders waren mensen, voornamelijk uit Rijswijk, die als hobby tuinieren hadden. Ze konden er mee doen wat ze wilden. De een hield er een varken of konijn, de ander een paardje of een hoekie rode kool. Dit is er nou van overgeschoten. Eigenlijk een trieste zaak.<br />Dat is rode kool, een typisch buitenprodukt. Dat kan je nog geen eens binnen zetten. Dat geeft teveel lawaai en dan krijg je er geen kool in. Dan groeit het allemaal te snel. Maar dit was, nou ja, voor een hoekie wat over is. Hij ligt nou in de clinch met de gemeente Den Haag. Hij overvraagt gewoon wat die er voor hebben wil. Hij heeft centjes zat en hij wil daar gewoon heel veel beter van worden. Het is een heel vervallen zootje. Want hij heeft er allerlei huurdertjes in gehad en gedaan. De een maakte d'r wat van en de ander liet een bende achter. Het staat gewoon op inzakken.</p>
<p>Zijn dit allemaal ramen die je met de hand moest openen?<br />'t Zou best kunnen, omdat deze iets minder hoog open staat dan die ander. Hier zit zo'n ijzeren plaat naast de deur en daar zit 'n soortement mechaniek achter. Is d'r een zijn slinger kwijt, hebben ze d'r weer wat anders op geprakizeerd. Een soort katrol is dat met een slinger en dan gaan ze allemaal open. Ja, dat was toendertijd modern. Maar je had ze ook met opsteekijzers. Want wij hadden dat niet hoor. Dat werd iedere dag met de hand gedaan. Zakken en weer omhoog. O ja, ik heb er wat mee rondgelopen, 'n hoop afgeploeterd.</p>
<p> </p> <p><strong>Van Nierop</strong></p>
<p>‘Een plee van van Nierop, daar zit je met plezier op'.<br />Janus van Nierop, Adrianus, hij is helemaal miljonair. Dat is een barre man. Niet te geloven. Hoe die zaken doet. Onnavolgbaar. Hij is helemaal met niks begonnen. Hij liep op een klomp en een schoen. Vroeger was hij schillenboer op Maasland en heeft nu een grondverzetbedrijf. Zijn bedrijfspand aan de Noordweg gaat hij verkopen, hij wil geen Hagenaar zijn. Nu woont hij op de Johannahoeve. Dat is een ruiltje geweest met Rijkswaterstaat. Hij ziet er niet uit. Zit in zijn mercedes met een strotouwtje om zijn broek, onder de bagger en met kaplaarzen aan. Daar gooit ie ook zo een nuchter kalf in. Dat donderstraalt hij zomaar op die bank en gooit d'r nog een baal stro bij. Maar hij stapt net zo makkelijk in zijn dafje.</p>
<p>Janus van Nierop: je mot ‘m gezien hebben. Hij is begonnen met een sjofeltje en een trekkertje. Ze hebben d'r eigen goed opgebouwd. Zo'n hek; dat kan je laten maken. Janus die heeft van alles. Volgens mij is dat oud materiaal geweest. Ja, die puntjes zien d'r toch wel netjes uit. Dat komen ze dan ergens tegen in de sloop. Het lijken me wel een soort haken die in de kassenbouw worden gebruikt. Bij Janus mag het toch niet teveel kosten. Dat is een leuke business geweest, die hekkenbouw.<br />Ik had een neef, die werkte op een bedrijfje waar ze oud ijzer innamen. Hij kwam veel bij ons thuis. Die zei altijd: ‘Ome Jan, wat uit het Westland komt is allemaal oude pestzooi'. In de tuinbouw wordt alles hergebruikt. Er werd niks weggegooid.</p>
<p><strong><strong><br /></strong></strong></p> <p><strong>Keetje aan de Zwet<br /></strong>Het hek is een afscheiding om wat je hebt thuis te houden.</p>
<p>Dat keetje is een hobbyaangelegenheid. Van zijn vak zit die man in de huisverwarming.</p>
<p>Daar heeft hij zijn kost mee verdiend. Dit is allemaal hobbywerk. Het is zijn verblijf hier, zijn hobbyhoek.</p>
<p>Hij heeft het gebouwd om binnen te kunnen zitten. Alleen die dijk is van hem met zo'n 1,5 ha land.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p> <p><strong>Bloempot op stronk</strong></p>
<p>Als je dit terug zou slaan, dan is het weer gewoon een autoband, zie je? Want dit is de velg en dit randje zit er voor de sier. Het zijn potanjertjes. Leo Greffijn is ook een echte scharrelaar. Hij werkt bij Gist Bracades. Daar is hij operator. Ze hebben hierachter paardjes lopen. Hij heeft de ruimte. Hij pakt alles aan, want dat zijn oude balkonhekken. D'r zit hier weer achter een man, die zit veel in de bouw. Nou werden die balkonhekken er overal afgesloopt, omdat er weer andere hekjes opgezet werden. ‘Neem maar mee, want die rommel moet afgevoerd.' Hij heeft er wel honderden van. Hij pakt alles aan. Hij heeft een zoon en die zit 'n beetje in de sloperij en dan komen ze iedere keer wel weer wat tegen. Hij heeft geen verwarming. Hij stookt hout. 't Is me een stel. Zij ook. 'n Leuk wijf ook. 't Is een halve kerel. Zit altijd met beesten te rommelen en te doen.</p>
<p> </p> <p><strong>Olie en gasleidingen van de NAM en de Gasunie</strong></p>
<p>De leidingen zijn ingepakt. Vroeger liepen die kaal over. Nu zijn er mantelpijpen over geschoven.</p>
<p> </p> <p><strong>Kappie van Schrader</strong></p>
<p>Een sober bedrijf, niet verwarmd, simpel. Als je lucht wilt zetten moet je dat met de hand doen. De grond is niet gedraineerd, maar zijn bedrijfsvoering is er op ingesteld. Veenhoudend land is groeizaam. Voor de groente is dat echt goud daar. Wat je er neer gooit groeit er.<br />Die deur is er gelijk ingezet met de kas. Ja, d'r werd natuurlijk van alles wel eens hergebruikt. Het mocht in een hoop gevallen niet veel kosten. Dat is toch wel zo'n 35 jaar oud. Dat is allemaal achterhaald. Maar het zijn toch wel hele beste kastjes geweest, dat type. Dat noemen ze Venlobouw. Vroeger was het er eerst met een houten roede. Hout op de goot en de nok en glas erin. Later hielden ze wel dezelfde bouw aan, maar de roedes werden van ijzer gemaakt. Daar kwam het glas in en dat werd met kit dichtgespoten. Nou d'r is niks beter, het zit altijd goed. Dat waait er nooit uit. 't Leg als een muur. Je had met een heleboel kastjes gauw een hoop narigheid, maar deze bouw was altijd perfect.<br />De systeembouw; 't is net een meccanodoos. Eerst werden de poten omhooggezet met een goot d'r op. Dan kwamen er hier weer leggers. Het ging erom met zo min mogelijk materiaal een zo groot mogelijk oppervlak neer te zetten. Daardoor was er veel licht. Daarvoor waren de kassen dik en houterig.</p>
<p> </p> <p><strong>Houten huisje langs de Dorpskade</strong></p>
<p>De vroegere burgemeester van Wateringen heeft zulke huisjes toegelaten. Ik denk dat er zo'n 80 hebben gestaan. Ze werden kort na de oorlog neergezet. Dat kon zonder vergunning en gezeur. Het werkte goed. De woningnood werd opgelost zonder kosten voor de gemeenschap. Het huisje heeft er zo'n 40 jaar gestaan. Nu is het land verkocht, het huisje is afgebroken en de boerderij staat ook al leeg. Van het geld is een mooi landhuis gekocht.<br />Dit (het huis van Jan van Zundert) was een iets goedkopere uitvoering. Dat weet ik wel. Maar het is van dezelfde bouwer. Die kwam uit Lunteren en heette Boffe. Hij bouwde heel veel in deze omgeving. Dat hele huisje kostte toen 14.000 gulden. D'r zat een aanrechtje in en een toilet. Dat wel, elektriciteit niet. De stopcontacten waren er wel, maar daar moest je zelf de draad in trekken. 's Ochtends kwamen de schotten op de lorry en 's avonds stond het hele gebeuren. Ik heb er zelf de gootjes nog aangezet. Dat scheelde misschien een paar honderd gulden, maar iedere gulden was er een. Er is wel veel veranderd hoor. Er zijn nieuwe raamkozijnen ingegaan, want ja, het was eigenlijk allemaal maar waaibomenhout. Na tien jaar moesten we de gordijnen dichtdoen als het waaide. Tenslotte kon je je vinger zo naar buiten steken, door het hout heen. Maar we waren er toen dik tevreden mee.</p>
<p> </p> <p><strong>Elektrospel</strong> voor de tentoonstelling <strong>WV200</strong> in Stroom hcbk.</p> <p><strong>De Bonte Haan</strong> (door Geert van Adrichem)</p>
<p>De oude vrouw van De Bonte Haan was de Godmoeder van de omgeving. Moeder Geert. Ze heeft tien kinderen gehad. Ze hadden hier het cafe en als eerste telefoon. Iedereen die een boodschap had ging daar naar toe. De deur stond altijd open. Ze kwamen van de Vuile Vaatdoek; een schipperscafe wat verderop. Mensen die in Delft naar de fabriek gingen, konden daar voor 1 cent worden overgezet. De Vuile Vaatdoek was een oude griebus, 'n bouwval die te huur was voor een halve gulden in de week. De man van Geert was eerst boerenknecht, maar is later voor zichzelf begonnen. Grondwerk, baggeren, beschoeiingen maken en damwanden zetten langs de kade. Je mag daar nog schiplossen of laden. De kade is van de mensen die daar wonen. Dat is een oud recht: ieder heeft zijn plek in de wereld.<br />Toen 160 jaar geleden de polder uitgeveend is werden er kavels gemaakt. Er werden hier huizen gebouwd voor arbeiders die kwamen om hier veen uit te graven. De boer moest zorgen dat hij op de harde weg kon komen. Recht van overpad. Je moest daar minstens 1 keer per jaar gebruik van maken.<br />Geert woonde als kind naast een molen. Als het druk was in de herfst, hoorde je 's nachts het geklepper van de molen. Elk uur wind werd gebruikt. Je had windstille dagen, dus als er wind was moest die draaien. De molens hebben windrecht. Je mag geen hogere gebouwen erom heen zetten.<br />Tussen het Oosteinde en de Bovendijk was het land laag en goedkoop. Het broekland werd opgehoogd met vuil uit de stad. Eerst ging de teeltlaag eraf, dan kwam de laag vuil uit Den Haag en daarna weer de teeltlaag erover. De vuilschippers deden niet het lekkerste werk. Het was rotzooi. Het stonk als de pest, maar het verdiende wel goed. En je had veel borrels nodig tegen de infectieziekte!</p>
<p> </p>

Jan van Zundert

 

 


klik op de foto's voor het
verhaal erachter

 

In 1996 kreeg ik van Stroom hcbk een foto opdracht in het toenmalige kassengebied van het Wateringse Veld. Op een van mijn tochten ontmoette ik Jan van Zundert, die in zijn tuin stond te schoffelen. Er volgden meerdere gesprekken en de foto's van woningen, schuren en kassen waren aanleiding om Jan te laten vertellen over de tuinbouw vroeger en nu en de komende veranderingen.

Inmiddels is zowel Jan als zijn vrouw An overleden, kort nadat ze verhuisd waren naar een nieuwbouwwoning in het Wateringse Veld.

 

Het was eigenlijk allemaal oud spul. Ik heb er anjers in gehad, maar toen begonnen de kosten de pan uit te rijzen. In '72 kregen we de oliecrisis, toen werd die olie ineens zo verschrikkelijk duur. Ik verstookte zware olie. Dat ging van 60 gulden de ton in tijd van 3 maanden naar het drie, vier dubbele. En de prijzen van de bloemetjes die bleven hetzelfde. Toen heb ik gedacht: Jan, het gaat niet goed. Ik had twee vaste mensen in dienst en ja, het ging niet meer. Ik kreeg een beetje problemen met de bank en toen heb ik de knoop doorgehakt. Er was een regeling, dat oude opstanden konden worden afgebroken, om de bedrijven die beter levensvatbaar waren, groter te doen worden. Je kreeg afbraakpremie voor je oude opstanden, maar dan moest je de grond verkopen aan de buren die daar interesse voor hadden. En dat heb ik gedaan. Dit spul heb ik kunnen houden.


Ik ben in de bewaking gegaan bij Siemens en dat was natuurlijk heel iets anders.
Ja, dat was wel wennen hoor. Maar goed, je kreeg vakantiegeld en vrije dagen, wat je als zelfstandige niet had. Zo'n vrij leven had je ook weer niet. Want toen ik in die anjerbusiness zat: dan stond zo'n hele kast anjers te bloeien en die moesten allemaal voor het weekend eraf. Dan gingen ze de koelcel in en maandag moesten ze naar de veiling. Maar daar stond je dan te bossen en dat mijn vrouw me wel eens op zaterdagavond om 10 uur, half 11 zei: ‘Kom je nog eens effe naar binnen? Het is weekend!' Dan stonden ze allemaal in dozen, zo gesneden, maar ze moesten wel gebost worden. Ja, toen zeiden ze ook:'Jongen, je bent je vrijheid kwijt!' Ja, wat heet vrijheid? Als ik 80 uur in de week moet werken? Altijd! In de winter was het: de olieboel moest betaald worden! Als het vroor ging de alarmbel. Daar ging soms wel vier keer 's nachts die alarmbel af. Dan moest je naar buiten en trok je een ouwe jas aan en dan stond je met je blote voeten in je klompen die ketel weer op gang te brengen. En dan lag je goed en wel en dan ging die weer.
Ik heb toen op tijd de knoop doorgehakt, want als ik nog twee jaar door was gegaan, dan had ik misschien ergens op een flat gewoond. Dat geeft ook niks, maar ik woon toch liever hier.